Menu & Search

Een wandelgids bij het leven

Een analytische evaluatie van de Christelijke Dogmatiek.

Rik Peels, in NTT 69/1, voorjaar 2015.

 

Bij de presentatie van de Christelijke Dogmatiek op 18 oktober 2012 verwoordde Kees van der Kooi zijn visie en die van zijn coauteur, Gijsbert van den Brink, op de taak van de dogmatiek als volgt:

Het is als een wandelgids bij een wandeling. De wandelgids, hoe fraai de beschrijvingen ook en hoe nauwkeurig de omgeving getekend wordt, is niet de wandeling zelf. Je kijkt de wandelgids hoogstens even in om richting te zoeken, om iets van de achtergrond te weten van wat je onderweg tegenkomt. De meesten zullen genoegen nemen met de groep mee te lopen, maar wie af en toe in die wandelgids kijkt, loopt de kans zelfs meer te zien. En ook geldt dat je niet steeds met je neus in die gids moet zitten, want dan zie je juist niets. En ja, soms heb je de kaart nodig om niet te verdwalen.1

Deze visie hebben de auteurs in praktijk gebracht. Het boek is geen systematisch bouwwerk dat begint met elementaire waarheden en vervolgens argumentatieve stappen zet tot we bij de leerstellingen van het christelijk geloof uitkomen. Wat de auteurs schrijven vloeit grotendeels voort uit de christelijke geloofspraktijk, voornamelijk die van gereformeerd-protestantse stroming waartoe zij zelf behoren. Zij werken met het materiaal dat in die traditie te vinden is en op momenten ook met materiaal dat in andere tradities te vinden is. In die zin is het dan ook een katholiek boek—iets wat de auteurs ook pretenderen. Omdat het boek geen argumentatieve constructie is kunnen de hoofdstukken in tamelijk willekeurige volgorde gelezen worden.

In 2013 verscheen in dit tijdschrift een artikel van de hand van Rick Benjamins over de Christelijke Dogmatiek.2 In die bijdrage doet hij verslag van de manier waarop de Christelijke Dogmatiek door zijn studenten ontvangen werd en vergelijkt hij het boek met de dogmatiek van Berkhof. Het onderhavige artikel heeft een andere, meer analytische insteek. Wat hier wordt beoogd is een systematische evaluatie van de Christelijke Dogmatiek. Uiteraard is het onmogelijk om binnen het bestek van één artikel een boek van meer dan 600 pagina’s te bespreken. Daarom zal in dit artikel de focus liggen op de wijze waarop de auteurs tegen systematische theologie aankijken en die beoefenen, en met name op de wijze waarop een aantal belangrijk vragen binnen specifieke loci beantwoord worden.

De structuur van dit artikel is als volgt. Eerst wordt de aard van het boek weergegeven door achtereenvolgens vier algemene en vervolgens vier theologische kenmerken te noemen. Hieruit zal het belang en het vernieuwende karakter van deze dogmatiek blijken. De kritische noten die in het vervolg geplaatst worden betreffen dan ook specifieke onderdelen en doen weinig af aan de waarde en theologische reikwijdte van de Christelijke Dogmatiek. Allereerst wordt betoogd dat sprake is van een discrepantie tussen de wijze waarop de auteurs de systematische theologie duiden en de manier waarop zij die zelf beoefenen. De auteurs laten te weinig ruimte voor Gods openbaring buiten de Bijbel om. Belangrijke systematisch-theologische problemen die de positie van de auteurs oproepen worden niet opgelost en soms zelfs niet benoemd. De manier waarop de schrijvers spreken over de relatie tussen lichaam en ziel is onvoldoende Bijbels onderbouwd en vanuit systematisch oogpunt argumentatief niet overtuigend. Ten slotte worden op een aantal plaatsen belangrijke vragen gesteld, maar worden vervolgens antwoorden gegeven die eigenlijk antwoorden op andere vragen zijn.

Karakterisering
Het eerste dat opvalt is dat het een nuchter boek is. Dogmatiek wordt gekarakteriseerd als ‘fatsoenlijk nadenken over God, mens en wereld’ (p. 19). Zo simpel is het uiteindelijk. Ook elders gaan de auteurs ontspannen met de christelijke leer om: als er buitenaards leven wordt ontdekt, is dat uiteraard geen enkel probleem voor het christelijk geloof, want het draait in de schepping niet om ons (p. 193). Het is niet vreemd als profeten en psalmisten materiaal uit hun heidense omgeving gebruikten, om daar vervolgens een eigen draai aan te geven of doel mee te hebben (p. 208).

Ten tweede is het een boek waaruit verwondering spreekt, een waardevolle eigenschap in combinatie met de eerder genoemde nuchterheid. De verwondering blijkt alleen al uit de titels van heel wat hoofdstukken: het hoofdstuk over de eigenschappen van God heet ‘De eeuwig rijke God’, en dat over Jezus Christus ‘Wie is Hij toch’? Ze zeggen iets over de manier waarop de auteurs het onderwerp zelf zien en beleven. Het is een houding van geraakt of zelfs verbijsterd zijn. Dit leidt ertoe dat de lezer niet alleen een betoog aan het lezen is, maar ook regelmatig iets proeft van de betekenis van wat gezegd wordt voor de auteurs.

Ten derde is het boek eigentijds. Zo opent elk hoofdstuk met een aantal vragen, opmerkingen en suggesties aan de hand waarvan de lezer bestaande kennis en ervaringen aangaande het onderwerp bij zichzelf voor het voetlicht kan brengen. In het hoofdstuk over kerk, sacrament en ambt wordt bijvoorbeeld de suggestie gedaan om door de lenzen van de Deense film Babette’s Feast (1987) te kijken naar doop en vooral avondmaal. Helaas komen deze suggesties zelden verderop in het betreffende hoofdstuk terug. Het was bijvoorbeeld mooi geweest als de auteurs in hun behandeling van de sacramenten terug hadden gegrepen op fenomenen uit onze huidige culturele context. Zo is de film Babette’s Feast zeer geschikt om het belang van de eucharistie als gemeenschapsviering te onderstrepen en geeft het de relevantie van de maaltijd aan voor bevrijding, verlossing en verzoening(pp. 549-550).

Ten slotte is het een leerboek; het bevat allerlei feitjes – bijvoorbeeld over hoe de naam ‘Arius’ moet worden uitgesproken (p. 368) – en vrij gedetailleerde dogmenhistorische uitweidingen. Omdat in het Nederlandse taalgebied weinig recente literatuur beschikbaar is op dit punt, zal het voor studenten interessant zijn. De systematisch-theoloog zou echter graag gezien hebben dat de auteurs zich beperkt hadden tot hun betoog. Historische overzichten van wat er gedacht, gezegd en geschreven is en hoe allerlei dogma’s en theologische opvattingen tot stand zijn gekomen zijn voor hen ook elders te vinden.
Theologisch laat het boek zich als volgt karakteriseren. Ten eerste gaat de praktijk van geloven voorop. Dit bleek al uit de metafoor die Kees van der Kooi gebruikte bij de presentatie van het boek: een wandelgids bij het leven van de gelovige. Meer specifiek gaat de praktijk van de geloofstraditie waarin de auteurs staan voorop. Vanuit de gereformeerde traditie formuleren de auteurs een systematische theologie. In de gedachte dat de dingen over God en de wereld alleen vanuit het geloof begrepen kunnen worden volgen ze Berkouwer. Ze spreken dan ook regelmatig over het ‘recipiëntenperspectief’ dat ze innemen en ze zijn wars van theologische speculatie.

Ten tweede benadrukken de auteurs keer op keer dat God zich op velerlei wijzen bekend maakt. Via de geschiedenis, de Bijbel, persoonlijke ervaringen, de rede, de natuur, de persoon van Jezus Christus en de liturgie (zie bijvoorbeeld p. 180). …

Verder lezen? Download dit artikel voor € 3,25 in de webshop van Boekencentrum

 

  1. C. van der Kooi, ‘Enkele inhoudelijke keuzes’, toespraak uitgesproken bij de presentatie van de Christelijke dogmatiek op 18 oktober 2012 aan de Vrije Universiteit Amsterdam; G. van den Brink, C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek: Een inleiding, Zoetermeer 2012.
  2. Zie R. Benjamins, ‘Het handboek Christelijke dogmatiek als dogmatisch leerboek’, Nederlands Theologisch Tijdschrift 67/3 (2013), 171–186.

Type your search keyword, and press enter to search