Menu & Search

NTT 70/2 – zomer 2016

Bestel deze editie

 

Inhoud

  1. Klaas Bom, Petruschka Schaafsma, Benno van den Toren, Heleen Zorgdrager: De eigenheid van theologie: Een reactie op Klaar om te wenden
  2. Petruschka Schaafsma: Verwantschap – tussen theologie en antropologie
  3. Heleen Zorgdrager: Het punkgebed van Pussy Riot: Een dans van sociale wetenschappen en theologie
  4. Klaas Bom: Casus Kinshasa: Over de relatie tussen de antropologie van het christendom en systematische theologie
  5. Benno van den Toren: Secularisatie in Afrika: Een casestudie over het belang van de systematische theologie voor de religiewetenschappen
  6. Gijsbert van den Brink: Charles Darwins Origin of Species: Icoon van het atheïsme?
  7. Boeken

 

Klaas Bom, Petruschka Schaafsma, Benno van den Toren, Heleen Zorgdrager

THE SPECIFIC CHARACTER OF THEOLOGY: A RESPONSE TO THE 2015 DUTCH REPORT ON THE STUDY OF RELIGION KLAAR OM TE WENDEN (‘READY TO CHANGE TRACK’)

This article takes a recent Dutch report on the study of religion as a starting point for a collective statement on the specific character of theology, and systematic theology in particular. Reflection on this topic is urgently needed in order to enable the inter­disciplinary cooperation in the study of religion for which the report pleads. Regarding theology, the basis for this cooperation is not primarily found, as the report argues, in a joint focus on ‘lived religion’, nor in the specific task for theology of providing an insider’s, i.e., believer’s perspective, but in the specific normative ques­tions theology poses. Normativity comes along with theology’s search for what a religious perspective on what is good, true and beautiful brings to light. At present, this religious perspective is anything but obvious at Dutch universities – one of the reasons why theology has developed a specific expertise in making this normativity transparent, and discovering it where it remains implicit. Theology should capitalize on this expertise and get the normative dialogue going in academia. Without this dialogue, there will be little basis for substantial cooperation. This introduction is followed by four articles, each of which provides a case study that further elucidates this specific contribution of systematic theology to interdisciplinary cooperation.

 

De eigenheid van theologie: Een reactie op Klaar om te wenden

Uitgaande van het KNAW rapport Klaar om te wenden, presenteert dit artikel de gezamenlijke visie van de vier auteurs (allen verbonden aan de PThU) op de theologie. Zij delen het gevoel van urgentie om de interdisciplinaire studie van religie georganiseerd ter hand te nemen die in het rapport wordt genoemd, maar kunnen zich niet vinden in de reden die daarvoor wordt aangevoerd voor de participatie van de theologie. De theologische bijdrage aan deze interdisciplinaire onderneming is namelijk veel specifieker dan uit dit rapport blijkt. Niet een veronderstelde gezamenlijke focus op wat ‘geleefd geloof’ genoemd wordt of het verwoorden van het ‘insiders perspectief’, maar de wijze waarop de theologie normatieve vragen aan de orde stelt en behandelt biedt de basis voor een zelfstandige bijdrage van de theologie. Deze normativiteit komt aan het licht in de zoektocht van de theologie naar het ware, goede en schone, aldus de auteurs. Deze benadering krijgt weinig aandacht aan de Nederlandse universiteiten – één van de redenen waarom de theologie zich gespecialieerd heeft in het transparant maken van (vaak impliciete) normativiteit. Met deze specifieke inbreng zoekt de theologie de dialoog met andere wetenschappen. Zonder dit verstaan van de theologie en de bijbehorende dialoog is er volgens de schrijvers onvoldoende basis voor een gezamenlijk onderzoeksprogramma over religie. Deze gezamenlijke visie wordt gevolgd door vier artikelen, waarin steeds een casus wordt gepresenteerd die een bepaald onderdeel van deze visie op de interdisciplinaire samenwerking verder uitwerkt.

 

Petruschka Schaafsma

KINSHIP – BETWEEN THEOLOGY AND ANTHROPOLOGY

In this article the study of family in theological ethics is taken as a case to investigate why theology and other disciplines need each other. After introducing the specific character of theology and theological ethics, the difficulties of using empirical data from other disciplines in theological ethics are examined in relation to the topic of the family. This also sheds light on a condition for cooperation: the willingness to trans­parently relate to the object of study. As regards the family, this willingness is found in the self-critical discussion within kinship anthropology of the past 50 years. After considering concrete points of contact in this discussion, chances for cooperation between theology and anthropology are finally interpreted more broadly in terms of shared concern for ‘otherness’.

 

Verwantschap – tussen theologie en antropologie

In dit artikel wordt de vraag waarom theologie en andere disciplines elkaar nodig hebben, onderzocht aan de hand van de casus van theologisch ethisch onderzoek naar familie. Nadat de eigen aard van theologie en theologische ethiek zijn omschreven, wordt uiteengezet waarom het lastig is om in de (theologische) ethiek goed gebruik maken van onderzoeksresultaten uit empirisch onderzoek naar familie. Door dit probleem te onderkennen krijgen we ook zicht op wat de voorwaarde is voor goede samenwerking tussen theologie en andere disciplines, namelijk de bereidheid om zich bewust te verhouden tot het object van onderzoek. Op het terrein van onderzoek naar familie is die bereidheid te vinden binnen de verwantschapsantropologie waar in de afgelopen 50 jaar een diepgaande, zelfkritische discussie is gevoerd over de (on)mogelijkheid van dit onderzoek. Het artikel geeft aan op welke punten theologie bij deze discussie kan aanhaken. Tot slot wordt deze kans op samenwerking tussen theologie en antropologie in meer algemene zin uitgelegd als gebaseerd op een gedeelde gerichtheid op ‘het andere’.

 

Heleen Zorgdrager

PUSSY RIOT’S PUNK PRAYER: A DANCE OF SOCIAL SCIENCES AND THEOLOGY

The political art performance of Pussy Riot on February 21, 2012, in Christ the Saviour Cathedral in Moscow and the subsequent trial raised great controversy in Russia and abroad, revolving around its meaning in religious terms. This article evaluates the research methods employed by scholars in religious studies and/or theology and the way they are dealing with normative questions of the case. The author presents a threefold model of how, in the current research of the Punk Prayer, theology relates to social sciences: by ignoring social analysis, by being confined to it, or by engaging in a critical dialogue in which the religious ‘other’ is respected both in her/his social and faith reality.

 

Het punkgebed van Pussy Riot: een dans van sociale wetenschappen en theologie

De politieke kunst performance van Pussy Riot op 21 februari 2012 in de Christus Verlosser kathedraal in Moskou en het daaropvolgende strafproces veroorzaakte grote controverse in Rusland en daarbuiten. De discussie ging over de betekenis ervan in religieuze termen. Dit artikel evalueert de onderzoeksmethoden die religiewetenschappers en/of theologen hebben gebruikt in hun onderzoek van de casus en de manier waarop ze omgaan met normatieve aspecten ervan. De auteur presenteert een drievoudig model hoe in het bestaande onderzoek van het Punkgebed theologie zich kan verhouden tot sociale wetenschappen: door sociale analyse te negeren, door zich te laten begrenzen door sociaal-wetenschappelijke analyse, of door deel te nemen in een kritische dialoog waarin de religieuze ‘ander’ gerespecteerd wordt in zijn/haar zowel sociale als geloofswerkelijkheid.

 

Klaas Bom

THE CASE KINSHASA: ON THE RELATION BETWEEN ANTHROPOLOGY OF CHRISTIANITY AND SYSTEMATIC THEOLOGY

The author defends the thesis that anthropology of Christianity only can accomplish its (ethnographic) task when theological reflection on God’s presence is included. This thesis is developed from an assessment of Katrien Pype’s study The making of the Pentecostal Melodrama. Religion, Media and Gender in Kinshasa. After a short review, the author sums up four limitations of Pype’s anthropological approach and argues that cooperation with systematic theology is recommended and in one case even needed to overcome these limitations. The author acknowledges the importance of the anthropological, especially ethnographical, contribution to systematic theology and underlines the importance of interdisciplinary research.

 

Casus Kinshasa: over de relatie tussen de antropologie van het christendom en systematische theologie

In dit artikel wordt de stelling verdedigd dat de antropologie van het christendom zonder theologische reflectie niet tot een volledige etnografie kan komen. Deze stelling wordt ontwikkeld aan de hand van een bespreking van het boek van Katrien Pype, The Making of the Pentecostal Melodrama. Religion, Media and Gender in Kinshasa. Na een kort overzicht van de inhoud, worden vier beperkingen van Pype’s benadering genoemd. Op deze vier punten is samenwerking tussen antropologie en systematische theologie gewenst en in één van de gevallen zelfs noodzakelijk, aldus de auteur. Naast het belang van de theologie voor deze tak van antropologie wordt ook aandacht besteed aan de wijze waarop antropologie, met name etnografie, de systematische theologie verder kan helpen.

 

Benno van den Toren

SECULARIZATION IN AFRICA: A CASE-STUDY CONCERNING THE RELEVANCE OF SYSTEMATIC THEOLOGY FOR THE ACADEMIC STUDY OF RELIGION

The recent report of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences on the future of Religious Studies and Theology Klaar om te wenden (2015) pleads for a close collaboration between Religious Studies and Theology, but remains unclear on the precise contribution of theology to the joint study of ‘lived religion’. On the basis of a reflection on processes of secularization in sub-Saharan Africa, this author argues for the need of questioning the theological convictions in concepts of religion implicit in notions of secularization. Theology is furthermore essential for the critical formulation of value judgments on different aspects of the process of secularization that are crucial for the public relevance of the study of religion envisaged by the report.

 

Secularisatie in Afrika: Een casestudie over het belang van de systematische theologie voor de religiewetenschappen

Het rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Klaar om te wenden (2015) pleit voor een nauwe samenwerking tussen de religiewetenschappen en de theologie, maar blijft onduidelijk over de aard van de bijdrage van de theologie aan de gezamenlijke studie van ‘geleefde religie’. Aan de hand van een casestudie over secularisatieprocessen in Afrika argumenteert de auteur dat de theologie een noodzakelijke rol vervult in het kritisch beoordelen van de theologische vooronderstellingen in opvattingen van religie die impliciet zijn in de studie van secularisatieprocessen. Theologie is verder onmisbaar om te komen tot verantwoorde waardeoordelen over deze secularisatieprocessen die cruciaal zijn wanneer de academische studie van religie wil bijdragen aan het brede maatschappelijke debat over religie, zoals het rapport beoogt.

 

Gijsbert van den Brink

CHARLES DARWIN’S ORIGIN OF SPECIES: ICON OF ATHEISM?

New atheists often portray Charles Darwin’s On the Origin of Species (1859) as an icon of atheism, since it made religious explanations of biodiversity largely superfluous. Darwin himself did not draw atheistic conclusions from his theory, however. Although he had gradually abandoned the Christian faith at an earlier stage, in the Origin he referred to the Creator several times in ways that cannot be dismissed as disingenuous. Autobiographical notes make clear that his religious stance continued to fluctuate between agnosticism and theism. He sometimes endorsed a greater good theodicy – but then again despaired of its adequacy. Far from being an atheist, in general he strikes us as an afflicted theistic believer.

 

Charles Darwins Origin of Species: Icoon van het atheïsme?

Charles Darwins Origin of Species (1859) wordt vaak als icoon van het atheïsme beschouwd, omdat de daarin gepresenteerde theorie religieuze verklaringen van de biodiversiteit grotendeels overbodig maakte. Darwin zelf trok echter geen atheïstische conclusies uit zijn theorie. Hoewel hij het christelijk geloof reeds eerder geleidelijk had losgelaten, verwees hij in de Origin verschillende malen naar de Schepper op een manier die men niet als onoprecht kan afdoen. Autobiografische aantekeningen maken duidelijk dat zijn religieuze positie zou blijven fluctueren tussen agnosticisme en theïsme. Nu eens verdedigde Darwin een greater good theodicee, dan weer wanhoopte hij aan de adequaatheid daarvan.

Type your search keyword, and press enter to search