Menu & Search

NTT 69/2 – zomer 2015

Bestel deze editie – per 29 mei 2015

 

Inhoud

  1. Bert Jan Lietaert Peerbolte: Het geding om de historiciteit van Jezus: Edward van der Kaaij in perspectief
  2. Eric Ottenheijm: Martyrdom as a Contested Practice in Rabbinic Judaism
  3. Rick Benjamins: Het post-seculiere denken van Jean-Luc Nancy: Een atheïstische waardering van het christendom
  4. Peter J. Tomson: Cruciale Teksten – Rudolf Bultmann, Theologie des Neuen Testaments
  5. Boeken

 

Summaries

Bert Jan Lietaert Peerbolte
THE DEBATE ON THE HISTORICITY OF JESUS: EDWARD VAN DER KAAIJ IN PERSPECTIVE
Rev. Edward van der Kaaij recently published a book that treats Jesus as a mythical figure. The origin of narratives about Jesus would lie in a historicizing of this myth by the earliest Christians. Van der Kaaij thus revives the old position defended by, among others, Arthur Drews (1909), but does so without any new arguments. This contribution analyses this newly published book, with reference to similar discussions around the turn of the 20th century, and argues that Van der Kaaij’s perception is wrong: the ideas of the Dutch Radicals (the Hollandse Radicalen) were not ignored, but simply rejected on good grounds. Since there is no new evidence to take into account, there is no need to reopen the discussion.

HET GEDING OM DE HISTORICITEIT VAN JEZUS: EDWARD VAN DER KAAIJ IN PERSPECTIEF
Ds. Edward van der Kaaij publiceerde begin 2015 een boek waarin hij Jezus beschrijft als mythische figuur. De oorsprong van de verhalen over Jezus zou gelegen zijn in een historisering van deze mythische figuur door de eerste christenen. Van der Kaaij herneemt hiermee een oude gedachte die onder andere door Arthur Drews in 1909 beschreven is, maar zonder nieuwe argumenten. Deze bijdrage analyseert het nieuw verschenen boek, onder verwijzing naar de discussie van een eeuw geleden, en betoogt dat de analyse van Van der Kaaij onhoudbaar is: de ideeën van de Hollandse Radikalen, waarop hij teruggrijpt, zijn door de wetenschappelijke wereld niet genegeerd, maar ze zijn op goede gronden verworpen. Aangezien er geen nieuw bewijs is om de zaak te heropenen, is het beter de discussie als gesloten te beschouwen.

Eric Ottenheijm
MARTELAARSCHAP ALS EEN OMSTREDEN PRAKTIJK IN HET RABBIJNSE JODENDOM
In een invloedrijke studie uit 1999 betoogt Daniel Boyarin dat in de tweede eeuw n.C. martelaarschap een gedeeld religieus ideaal was in zowel christendom als Rabbijns Jodendom. Deze studie betoogt dat Boyarins analyse nuance behoeft. Zo is zijn interpretatie van de Talmudische tekst waarin hij Rabbijns enthousiasme voor martelaarschap bespeurt problematisch in het licht van de handschriften, negeert hij de halachische restricties inzake martelaarschap en gaat hij te snel voorbij aan de ambigue Rabbijnse waardering voor martelaarschap. Martelaarschap was een keuze voor enkelingen in extreme politieke omstandigheden, maar lag als religieus ideaal tegelijk onder kritiek van de Rabbijnen. Het menselijke lichaam als belichaming van Tora, en de Bijbelse waardering van een lang leven als het ultieme doel van Tora, stonden al vroeg op gespannen voet met martelaarschap als bevoorrechte religieuze strategie.

Rick Benjamins
THE POST-SECULAR THOUGHT OF JEAN-LUC NANCY: AN ATHEISTIC VALUATION OF CHRISTIANITY
In the collected essays of Dis-Enclosure and Adoration, Jean-Luc Nancy elaborates on a deconstruction of Christianity, which is meant to open up philosophy and Christianity to each other. In these essays, Nancy presents to philosophy that reason should be disenclosed by transcendence beyond reason. He explains to religion that this transcendence should not be filled in, but should remain empty, since it is ‘nothing’, a rupture of difference only, which makes singulars appear. On the basis of this insight, Nancy provides concepts such as creation from nothing, faith and adoration with new meaning, in an atheistic philosophical discourse. A deconstructed Christianity is important to Nancy for the saving of secular reason, which never released itself from monotheistic patterns of thought. As a result, it turned into an atheistic reason ending up in nihilism. Nancy accredits Christianity with the possibility to deconstruct monotheism. In this article, the complicated arguments of Nancy are explained.

HET POST-SECULIERE DENKEN VAN JEAN-LUC NANCY: EEN ATHEISTISCHE WAARDERING VAN HET CHRISTENDOM
In Dis-Enclosure en Adoration bundelde Jean-Luc Nany een heel aantal essays die de deconstructie van het christendom tot onderwerp hebben. De bedoeling daarvan is om de filosofie en het christendom voor elkaar te openen en te komen tot een filosofische herwaardering van het monotheïsme, het christendom en het atheïsme. Nancy houdt de filosofie voor dat de rede on-opgesloten moet worden door een transcendentie die de rede overstijgt. Hij stelt tegenover de religie dat deze transcendentie niet moet worden ingevuld, maar leeg moet blijven, omdat ze niet meer is dan een ‘niets’ en alleen maar een breuk vormt in de homogeniteit waardoor het singuliere als iets verschillends kan verschijnen. Op basis van dit inzicht geeft Nancy in een atheïstisch, filosofisch betoog een nieuwe duiding aan concepten als de schepping uit het niets, geloof en aanbidding. Een gedeconstrueerd christendom is voor Nancy van groot belang om de seculiere rede te redden, die zichzelf nooit bevrijdde van monotheïstische denkpatronen. Als gevolg daarvan liep de atheïstische rede uit op nihilisme. Nancy kent aan het christendom de mogelijkheid toe om het monotheïsme te deconstrueren. In dit artikel worden de ingewikkelde argumentaties van Nancy zo helder mogelijk uiteengezet.

Peter J. Tomson
RUDOLF BULTMANN, THEOLOGY OF THE NEW TESTAMENT
Rudolf Bultmann’s Theology of the New Testament appeared in 1948–53 and became a classic in New Testament scholarship. The main problem of the discipline called ‘New Testament theology’ is how to combine the perspectives of historical diversity and theological unity. Bultmann’s ever attractive solution was to distinguish successive epochs in earliest Christian history that each had their coherence: Jesus, the early Palestinian Church, the early Hellenistic Church, Paul, and the Johannine writings. Implied in this partition is the view that the teachings of Jesus are a mere ‘presupposition’ of New Testament theology and real theology begins with Paul and John whose roots were in the early Hellenistic Church. Bultmann inherited this view from the history-of-religions school, in particular Wilhelm Bousset whose work he highly valued. It may be due to this attachment that Bultmann was unable to accommodate the discovery of the Dead Sea scrolls since 1948 and their implications for New Testament scholarship. Another question is whether.

CRUCIALE TEKSTEN: RUDOLF BULTMANN, THEOLOGIE DES NEUEN TESTAMENTS
Rudolf Bultmanns Theologie des Neuen Testaments verscheen in 1948‒53 en werd meteen een klassieker in de Nieuwtestamentische wetenschap. Hèt probleem van het vak ‘Theologie van het Nieuwe Testament’ is, hoe het gezichtspunt van historische diversiteit gecombineerd kan worden met dat van theologische eenheid. Bultmann koos de immer aantrekkelijke oplossing, de vroeg-christelijke geschiedenis in perioden te verdelen die elk hun eigen coherentie hebben: Jezus, de vroeg-Palestijnse kerk, de vroeg-Hellenistische kerk, Paulus, en de Johanneïsche geschriften. Onderdeel van deze indeling is dat het onderricht van Jezus slechts een ‘vooronderstelling’ is van de Nieuwtestamentische theologie en dat echte ‘theologie’ pas begint bij Paulus en Johannes, die zijn geworteld in de vroeg-Hellenistische kerk. Bultmann erfde deze visie van de religionsgeschichtliche Schule, met name van Wilhelm Bousset wiens werk hij hoogschatte. Mogelijk vanwege deze voorkeur was Bultmann niet in staat echt een plaats te geven aan de ontdekking van de Dode Zeerollen na 1948 en hun implicaties voor de Nieuwtestamentische wetenschap. Een andere vraag is of eenheid en coherentie werkelijk onmisbare eigenschappen van ‘theologie’ moeten zijn.

 

Type your search keyword, and press enter to search