Menu & Search

NTT 70/3 – herfst 2016

Bestel deze editie

 

  1. Bob Becking: Religieuze confrontaties in de oudheid
  2. Ab de Jong: Waar het vuur niet dooft: Joodse en christelijke gemeenschappen in het Sasanidenrijk
  3. Jaap Mansfeld: De Ziel van Anaximenes*
  4. Martine Oldhoff: Pauline Mindfulness? Paul’s Interaction With Trichotomic Anthropology
  5. Eric Ottenheijm: Werkt God op Sjabbat? Vorm en functie van een parabel van R. Akiva (Gen.R. 1,11,5)
  6. Marcel Poorthuis: Between Jesus and Kafka
  7. Lieve Teugels: De parabel van de lamme en de blinde in de rabbijnse overlevering: Externe en interne confrontaties
  8. Pieter W. van der Horst: Cruciale teksten – Martin Hengel, Judentum und Hellenismus: Studien zu ihrer Begegnung unter besonderer Berücksichtigung Palästinas bis zur Mitte des 2. Jh.s v. Chr. (1969)
  9. Boeken

 

Ab de Jong
Where the fire is not quenched: Jewish and Christian communities in the Sasanian Empire

The Persian Sasanian Empire was the primary setting of the Babylonian Talmud and of the development of several varieties of Christianity, as well as the place of origin of Manichaeism and Mandaeism. It can be seen, therefore, as the nursery of several of the world’s religions. Although it belongs to late antiquity chronologically, it must be recognized as a distinct cultural area where other rules of religious coexistence applied. This article discusses new initiatives in this upcoming field and the conditions for a truly convincing research programme.

Waar het vuur niet dooft: Joodse en christelijke gemeenschappen in het Sasanidenrijk

Het Perzische rijk van de Sasaniden is de primaire context van de Babylonische Talmoed en van de ontwikkeling van verschillende vormen van Christendom en de geboortegrond van het Manicheïsme en de godsdienst van de Mandeeërs. Het Sasanidenrijk staat daarom terecht bekend als de kraamkamer van een aantal wereldgodsdiensten. Hoewel het in chronologisch opzicht hoort tot de periode van de Late Oudheid, moet het Sasanidenrijk gezien worden als een zelfstandig cultuurgebied met een geheel eigen organisatie van religieus pluralisme. Dit artikel bespreekt een aantal nieuwe ontwikkelingen in de sterk groeiende wetenschappelijke belangstelling voor deze context en schetst een aantal voorwaarden voor een succesvol onderzoekprogramma.

 

Jaap Mansfeld
Anaximenes’ soul

The so-called fragment of Anaximenes at Aët. Plac. 1.3 is a pseudo-quotation. It is an instantiation of the widespread technique of updating by means of interpretation. The explicit argument from analogy between the human soul and the guiding principle of the cosmos cannot be early. It points at a Stoic background, as does the use of pneuma as equivalent for the early term aër (air). The refutation of Anaximenes’ thesis uses an Aristotelian argument that has been made to fit a Stoic doctrine.

De Ziel van Anaximenes

Het ‘fragment’ van Anaximenes is een pseudo-citaat. We hebben hier zoals zo vaak te maken met een geval van actualisering door middel van (her)interpretatie. Het expliciete argument dat gebaseerd is op de analogie van de menselijke ziel en het leidend beginsel van de kosmos kan niet vroeg zijn, maar wijst op een Stoische achtergrond, zoals ook het gebruik van de term pneuma als equivalent voor de vroege term aër (lucht). De weerlegging van de aan Anaximenes toegeschreven these gebruikt een op de Stoische theorie toegesneden adaptatie van een argument van Aristoteles.

 

Martine Oldhoff
Pauline Mindfulness? Paul’s Interaction With Trichotomic Anthropology

The current paper aims to contribute to our understanding of Paul’s anthropology and consequently his attitude towards his cultural context. Therefore, George H. van Kooten’s thesis that Paul’s anthropology incorporates a so-called Jewish trichotomy of pneuma-psyche-sōma that is equivalent to the Greek trichotomy of nous-psyche-sōma is evaluated. On the basis of 1 Corinthians 2 and 1 Corinthians 14, it is argued that Van Kooten’s thesis of a Jewish trichotomy cannot stand. On the contrary, it is probable that Paul employed the Greek trichotomy by interpreting it in a ‘Christian’ manner. In Paul, the nous receives the Spirit that transforms the believer. Thus, Paul interacts with an anthropology that was common in his cultural context, but qualified it by emphasising the role of the Spirit of God.

Paulus’ interactie met een trichotome antropologie

Dit paper poogt bij te dragen aan het begrip van Paulus’ antropologie en daarmee zijn houding ten opzichte van zijn culturele context. Daarom evalueer ik Geurt Henk van Kootens hypothese dat Paulus’ antropologie een zogenaamde Joodse antropologie van pneuma-psyche-sōma, een equivalent van de Griekse trichotomie van nous-psyche-sōma, bevat. Op basis van 1 Korinthe 2 en 1 Korinthe 14 betoog ik dat deze Joodse trichotomie niet overtuigend is. Het is echter wel waarschijnlijk dat Paulus een Griekse trichotomie op een ‘christelijke’ wijze vorm heeft gegeven. De Heilige Geest werkt in de nous om de gelovige te transformeren. Paulus verhield zich dus tot een gebruikelijke antropologie in zijn culturele context door deze antropologie te kwalificeren met zijn nadruk op de rol van de Geest van God.

 

Eric Ottenheijm
Does God work on the Sabbath? Form and Function of a Parable of R. Akiva (Gen R. 1,11,5)

The printed edition of Genesis Rabba contains a parable of R. Akiva that figures in the older manuscripts as a short reference only. The parable illuminates the question whether God works on Sabbath by means of religious legal language, a rare phenomenon in the genre of parables. The article compares the legal context, in particular the issue of carrying goods on the Sabbath between different domains, with a passage in the Gospel of John (5:1-13). It shows that both texts combine two issues: carrying things on the Sabbath and the question how God works on the Sabbath. Moreover certain details of the parable, such as the motif of God as the only authority in His domain, as well as the midrashic context of the parable, suggest interaction with Christian voices. The parable may have been devised in a context of interreligious contestation, responding to Christian claims on Jesus’ authority as working, as his Father does, on the Sabbath.

Werkt God op Sabbat? Vorm en functie van een parabel van R. Akiva (Gen.R. 1,11,5)

In de gedrukte versie van Genesis Rabba staat een parabel van R. Akiva die in oudere manuscripten alleen kort genoemd wordt. De parabel belicht de vraag of God op de sabbat werkt door middel van de taal van religieuze wetten – een zeldzaam fenomeen binnen het genre van de parabels. Dit artikel vergelijkt de wetscontext, in het bijzonder het vraagstuk rondom het verplaatsen van goederen op de sabbat, met een passage uit het evangelie naar Johannes (5:1-13). Het betoogt dat beide teksten twee vraagstukken combineren: het verplaatsen van goederen op de sabbat en de vraag hoe God op de sabbat werkt. Bovendien suggereren sommige details van de parabel (bijvoorbeeld het motief van God als enige autoriteit binnen zijn domein) als ook de midrasj-achtige context van de parabel interactie met christelijke stemmen. De parabel zou dus in een context van interreligieus debat kunnen zijn ontstaan, als antwoord op christelijke claims dat Jezus, net zoals zijn Vader, op de sabbat werkt.

 

Marcel Poorthuis
Between Jesus and Kafka

Kafka’s stories contain an element that is essential to understanding Jewish parables: they seem to lead to a dead-end street, by bringing forward an anomaly. Sometimes vital information is missing or the task turns out to be impossible or testifying of a cruel intent. In the Midrash collection of Seder Eliyahu we find similar anomalies and bizarre and cruel traits. Although the parables in the gospels are more sober than those in Seder Eliyahu, they too share the same traits. Attempts to explain these anomalies away by pointing to a supposed practice in society or to propose a harmonizing reading fail to acknowledge the crucial function of the anomaly.

Tussen Jezus en Kafka

Kafka’s verhalen bevatten een element dat essentiëel is om Joodse parabels te begrijpen: Door een anomalie te presenteren, lijken ze op een doodlopende weg uit te komen. Soms ontbreekt essentiële informatie, of de taak is onmogelijk of getuigt van een wrede intentie. In de midrash collectie Seder Eliyahu vinden we soortgelijke anomalieën en bizarre en wrede kenmerken. Hoewel de parabels in de evangeliën soberder zijn dan die in Seder Eliyahu, vertonen zij ook soortelijke kenmerken. Pogingen om deze anomalieën weg te verklaren door naar vermeende maatschappelijke praktijken te verwijzen of een harmoniserende lezing voor te stellen, erkennen de cruciale functie van de anomalie onvoldoende.

 

Lieve M. Teugels
The parable of the Lame and the Blind in the Rabbinic Tradition: External and Internal Confrontations

The parable of the Lame and the Blind is included in various rabbinic sources in a midrash on Exodus 15:1 that contains a philosophical discussion between a Roman philosopher and Rabbi about the relation between body and soul. Between the various midrashic contexts in which the mashal is quoted, and even within the context of one specific Midrash, Mekhilta de-Rabbi Shimon bar Yohai, which is the base text to be discussed here, the rabbinic positions vis à vis this topic are not uniform. Also the distinction between the ‘rabbinic’ and the ‘Roman’ view is not as clear-cut as it might be expected.

De parabel van de lamme en de blinde in de rabbijnse overlevering: Externe en interne confrontaties

De parabel van de lamme en de blinde komt voor in verscheidene rabbijnse bronnen, in een discussie tussen Rabbi Jehuda ha-nasi en de romeinse filosoof ‘Antoninus’ over de verhouding tussen lichaam en ziel. Op haar beurt maakt deze masjal weer deel uit van een midrash op Exodus 15:1. In de verschillende rabbijnse bronnen waar deze masjal is opgenomen, en zelfs binnen de bronnen, vinden we geen eenduidige rabbijnse positie aangaande de verhouding tussen lichaam en ziel. Ook het onderscheid tussen de ‘rabbijnse’ en de ‘romeinse’ posities is niet zo duidelijk als men zou kunnen verwachten.

 

Cruciale Tekst:

Pieter W. van der Horst, Martin Hengel, Judentum und Hellenismus: Studien zu ihrer Begegnung unter besonderer Berücksichtigung Palästinas bis zur Mitte des 2. Jh.s v. Chr. (1969)

Martin Hengel’s Judentum und Hellenismus  (1969; Judaism and Hellenism, 1974) has changed the face of early Jewish and Christian studies. His thesis that Palestinian Judaism in the pre-Christian period was thoroughly influenced by Greek culture has elicited a debate that lasts till the present day. His theory is briefly presented here and followed by the main points of criticism on the part of his most important critics.

Pieter W. van der Horst, Martin Hengel, Judentum und Hellenismus: Studien zu ihrer Begegnung unter besonderer Berücksichtigung Palästinas bis zur Mitte des 2. Jh.s v. Chr. (1969)

Martin Hengels Judentum und Hellenismus (1969) heeft de studie van het antieke jodendom en vroege christendom diepgaand beïnvloed. Zijn these van de hellenisering van het vóórchristelijke jodendom in Palestina heeft een debat ontketend dat tot op vandaag voortduurt. In dit artikel wordt zijn these kort geschetst, gevolgd door een overzicht van de belangrijkste punten van kritiek die door zijn meest vooraanstaande critici zijn geuit.

Type your search keyword, and press enter to search