Menu & Search

Diversiteit in het onderwijs van het NT

Over het nut van biografische, levensbeschouwelijke en culturele diversiteit.

Peter-Ben Smit, in: NTT 68/3, najaar 2014.

 

Wanneer men spreekt over ‘diversiteit’ in verband met het Nieuwe Testament, heeft dit meestal betrekking op verscheidenheid in het vroege christendom. Daarbij komt het dan dikwijls tot een heftig debat, dat wetenschappelijke en existentiële gevoeligheden aan het licht brengt, wat vanuit hermeneutisch oogpunt productief kan zijn.1 Een andere diversiteit wordt minder vaak voor het
voetlicht gebracht: de diversiteit in de collegezaal, tussen studenten onderling en tussen docent(en) en (de onderling eveneens diverse) studenten, als ook tussen verschillende benaderingen van het Nieuwe Testament. In deze bijdrage gaat het primair om deze tweede vorm van diversiteit: die in de collegezaal,
of die nu virtueel of reëel verstaan wordt. Indirect gaat het daarmee ook om de wetenschappelijke discussie, overigens, omdat die wat haar structuur betreft analoog is. Centraal staat bij dit alles de vraag hoe de biografische, levensbeschouwelijke en culturele diversiteit in de collegezaal en vergelijkbare
diversiteit in het wetenschappelijke debat, een productieve rol kan vervullen in het onderwijs en het onderzoek. Deze vraagstelling wordt ingegeven door de feitelijke diversiteit in de collegezaal enerzijds en het frequente gevoelen bij docenten dat dit eerder een probleem dan een kans vormt, en heeft zijn
achtergrond in mijn ervaringen met diversiteit in het onderwijs en onderzoek op nieuwtestamentisch gebied in verschillende institutionele en culturele contexten.2 Daarnaast maakt deze bijdrage gebruik van eerder onderzoek op het gebied van met name de oecumenische theologie, de hermeneutiek en de interculturele theologie.3 De stelling die als antwoord op de hierboven gestelde vraag tot stand komt, is dat een benadering van het Nieuwe Testament die de verschillende vormen van diversiteit onder interpreten (studenten en professionele exegeten) verdisconteert, niet alleen een helderder beeld van het functioneren van het vak op zich geeft, maar ook pedagogisch en heuristisch vruchtbaar is. Daarbij geldt ook dat wat hier over het Nieuwe Testament gezegd wordt, mutatis mutandis ook voor veel, zo niet alle, andere theologische disciplines kan gelden.

Om het zojuist geformuleerde doel te bereiken gaat dit artikel eerst in op de manier waarop verschillende benaderingen van het Nieuwe Testament gepositioneerd worden en de rol die hermeneutiek hierbij speelt. Vervolgens helpt een blik op het object van studie om een verdere gedachtegang te ontwikkelen omtrent de rol die diversiteit en contextualiteit speelt bij de
bestudering van het Nieuwe Testament. Hierna gaat deze bijdrage verder in op biografische, levensbeschouwelijke en culturele aspecten van de interpretatie van het Nieuwe Testament. Deze laatstgenoemde aspecten functioneren als onderdelen van het overkoepelende begrip ‘context’ en komen daarom na een schets van het gebruik van dit begrip in de nieuwtestamentische wetenschap aan de orde. De bijdrage sluit af met een drietal voorbeelden van het productief verdisconteren van diversiteit in het nieuwtestamentisch onderwijs op het niveau van een individuele casus, een vak, en een leerlijn. De heuristische productiviteit van de hier voorgestelde omgang met diversiteit wordt op deze manier gaandeweg duidelijk.

Verder lezen? Download dit artikel voor € 3,25 in de webshop van Boekencentrum

 

  1. Zie voor een aantal fundamentele bijdragen die het debat richting gegeven hebben: Walter Bauer,
    Rechtgläubigkeit und Ketzerei im ältesten Christentum, Tübingen 1934, Ernst Käsemann, ‘Begründet der neutestamentliche Kanon die Einheit der Kirche?,’ in Ernst Käsemann, Exegetische Versuche und Besinnungen I, Göttingen 1960, 214–223, Brevard S. Childs, Biblical Theology in Crisis, Philadelphia 1970 – en met name het programmatische vervolg van deze publicatie van Childs in verschillende andere werken.
  2. Deze collegezaal bevindt zich voor de auteur wat het Nieuwe Testament betreft primair aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam (alle nieuwtestamentische vakken), daarnaast ook aan het Oud-Katholiek Seminarie, verbonden aan de Universiteit Utrecht (Bijbelse theologie) en de Universiteit Utrecht, en in het verleden aan de Universiteiten van Bonn, Bern, en Göttingen, als ook Aglipay Central Theological Seminary en St. Paul’s Theological Seminary (Filippijnen), en General Theological Seminary en Nashotah House Theological Seminary (USA). Het onderwijs werd, met uitzondering van een leeropdracht in Bonn en het onderwijs aan het Oud-Katholiek Seminarie, vrijwel altijd als lid van een religieuze minderheid (oud-katholiek) aan (in de collegezaal) religieuze meerderheden gegeven (overwegend protestants in Bern, Amsterdam, en Utrecht; Anglicaanse in de USA, Independiente in de Filippijnen [leden van de Iglesia Filipina Independiente]).
  3. Zie met name: Peter-Ben Smit, De canon – een oude katholieke kerkstructuur?, Utrecht 2011, Tradition in Dialogue: The Concept of Tradition in International Anglican Bilateral Dialogues AMSTAR 3, Amsterdam 2012, ‘Wegweiser zu einer kontextuellen Exegese? Eine Miszelle zu einem Nebeneffekt der kanonischen Hermeneutik von Brevard S. Childs,’ Theologische Zeitschrift 62 (2006), 17–24, Moises Mayordomo Marin, Peter-Ben Smit, ‘The Quest for the Historical Jesus in Postmodern Perspective: A Hypothetical Argument,’ in Stanley E. Porter, Tom Holmén (red.), The Handbook of the Study of the Historical Jesus 2, Leiden 2011, 1377–1410, ‘A Dialogue of Paradoxes: Orthodox – Old Catholic Dialogue,’ in Katya Tolstaya (red.), Orthodox Paradoxes: Heterogeneities and Complexities in Contemporary Russian Orthodoxy, Leiden 2014, 356–367, ‘Ignaz von Döllinger und der Kanon Von Polemik zum ökumenischen Konsens?,’ in Thomas Hieke (red.), Formen des Kanons. Studien zu Ausprägungen des biblischen Kanons von der Antike bis zum 19. Jahrhundert SBS 228, Stuttgart 2013, 151–162, ‘Von Kolonialkirche zur indigenen Theologie: Die Geschichte der Iglesia Filipina Independiente anhand ihrer Interpretation der Bibel,’ Jahrbuch für europäische Überseegeschichte 11 (2013 [2011]), 95–115, ‘An Old-Catholic View of Scripture and Tradition: A Short Study of a Theological Organism,’ Internationale Kirchliche Zeitschrift 97 (2007), 106–123, ‘Biblische Hermeneutik im Spannungsfeld persönlicher und kirchlicher Identität,’ Internationale Kirchliche Zeitschrift 96 (2006), 135–151, en ‘The Meaning of “Life.” An Essay in Ecumenical Hermeneutics’, Journal of Ecumenical Studies 43 (2008), 320–332.

 

Type your search keyword, and press enter to search