Menu & Search

Verwantschap tussen theologie en antropologie

Petruschka Schaafsma, in: NTT 70/2, zomer 2016

Waarom hebben theologie, religiewetenschappen en andere wetenschappen elkaar inhoudelijk nodig? Om die vraag draait het in deze bijdrage. Ik wil hem beantwoorden komend vanuit de systematische theologie en in het bijzonder de ethiek. Aan de hand van mijn huidige onderzoeksterrein, dat van de ethische bezinning op familie, wil ik nagaan met welke wetenschappen samenwerking mogelijk is, of wie sparring partners kunnen zijn voor de theologie. Daarbij is het natuurlijk ook de vraag wat de eigen bijdrage van de theologie is aan die samenwerking, en waarom zij nodig zou zijn.
Ik onderscheid in deze vragen twee niveaus van samenwerking. Het eerste ligt het meest voor de hand. De verschillende wetenschappen bestuderen deelaspecten van de werkelijkheid, of de werkelijkheid vanuit een bepaald perspectief, en leggen vervolgens de uitkomsten van hun specifieke onderzoek bij elkaar om zo tot een meer compleet beeld van de werkelijkheid te komen.
Betekent dit dat het ook echt van samenwerking komt? Er zijn in de praktijk niet zo vaak gelegenheden tot een dergelijk interdisciplinair integreren van onderzoeksresultaten. Veel vaker zien we dat afzonderlijke onderzoekers gewoon gebruik maken van voor hen relevante onderzoeksresultaten uit andere disciplines. Dat gebruik veronderstelt niet dat ze daadwerkelijk met die disciplines in overleg te treden, de verschillen in benadering thematiseren en bijvoorbeeld ingaan op de mogelijke spanningen die uit die verschillen voortkomen. Gebeurt dat wel, dan komt, zou ik zeggen, samenwerking van het tweede niveau in beeld, die dus meer is dan gebruik maken van elkaars resultaten of die samenvoegen. Dat tweede, meer substantiële niveau van samenwerking heb ik vooral op het oog in dit artikel, omdat de systematische theologie naar mijn idee juist daar een eigen bijdrage aan kan leveren. Ik wil ook nagaan of er bepaalde voorwaarden zijn aan te geven voor een dergelijke samenwerking.

Theologie, ethiek en de blik op ‘de werkelijkheid’
Om dat tweede niveau van samenwerking verder te verkennen begin ik bij de theologie. Theologie, en systematische theologie in het bijzonder, houdt zich bezig met grote, existentiële vragen naar zin en betekenis van het leven, naar het goede, ware en schone. Ze gaat na wat het innemen van een religieus perspectief betekent voor de omgang met die vragen, wat het betekent om te rekenen met het transcendente. Dat perspectief komt ze op het spoor in concrete religieuze tradities.1 Daarin ligt haar verbinding met ‘geleefde religie’ uit heden en verleden. Haar zoektocht naar het goede, ware en schone brengt de theologie potentieel bij allerlei vragen en aspecten van het leven: economie, milieu, recht, politiek, samenleven, relaties (van familie tot vriendschap), etc. Steeds vraagt ze wat op die terreinen een religieus perspectief voor verschil maakt.
In de theorievorming over de wetenschappelijke status van de theologie wordt door niet-theologen vaak gesteld dat het grote punt van verschil in vergelijking met andere wetenschappen zou zijn dat theologie zich ook aan dat religieuze perspectief heeft gecommitteerd.2 Op de vraag of een bepaald commitment aan datgene wat men onderzoekt niet in alle wetenschappen aan de orde is, komen we later terug. Wat de theologie betreft, is het volgens mij wel juist om te stellen dat ze vertrekt vanuit zo’n verbondenheid: de overtuiging dat het religieuze perspectief niet gemist kan worden in de zoektocht naar het goede, ware en schone. Dat betekent niet dat dit perspectief vaststaat en alleen nog maar helder beschreven, gesystematiseerd of onderbouwd moet worden, en dat de theologie het dus klakkeloos overneemt.
Academisch is theologie door juist kritisch op het religieuze perspectief te reflecteren en er dus afstand toe in te nemen. Bij die kritische reflectie worden bovendien verschillende invullingen van het religieuze perspectief vergeleken en tegen elkaar afgewogen. Belangrijk criterium voor die weging is hoe deze perspectieven mensen in staat stellen zich te oriënteren in de wereld waarin ze leven en bij te dragen aan een betere of rechtvaardiger wereld waarin mensen tot bloei kunnen komen. ‘Rechtvaardigheid’ en ‘bloei’ zijn dan opnieuw noties die religieus worden opgevat, dat wil zeggen dat de relatie tot God er mede bepalend voor is, op z’n minst als mogelijkheid. De analyse van de eigen tijd, het beeld van hoe het er daadwerkelijk aan toegaat in de wereld, is anderzijds eveneens belangrijk. Het gaat om rechtvaardigheid en bloei in een concrete situatie. Om het beeld van die situatie zo compleet mogelijk te houden, verdiept theologie zich in wat andere wetenschappen, maar ook de kunsten over die wereld te zeggen hebben.
Binnen de theologie houden ethici zich vooral bezig met die vragen naar rechtvaardigheid en bloei.3 In een christelijke context is hun taak te omschrijven als de reflectie op hoe het goede leven ‘voor Gods aangezicht’ eruit zou moeten zien. Dat kan nogal pretentieus klinken, alsof dat goede leven zomaar uit te stippelen zou zijn. Meestal wordt de taak dan ook niet zo pretentieus opgevat, maar houden ethici het bij ‘denken bij het leven’4 met dat goede leven als ultieme horizon. Van dat goede leven hebben we als mensen maar beperkt besef, laat staan dat dat leven nu en hier gerealiseerd zou kunnen worden.
Ook voor het goed vervullen van deze ethische taak is de zojuist genoemde analyse van de eigen tijd, of het beeld van hoe het er in de wereld daadwerkelijk aan toe gaat dus van belang. In ethisch onderzoek naar familie zie je veel theologen die met het oog daarop gebruik maken van uitkomsten van sociaalwetenschappelijke, empirische studies naar familie. Dit gebruik bevindt zich veelal op het zojuist genoemde eerste niveau van samenwerking tussen theologie en andere wetenschappen. De zin of zelfs noodzaak van deze samenwerking lijkt inderdaad voor de hand te liggen. Als we iets willen zeggen over hoe familie geleefd dient te worden, moeten we wel weten hoe familie nu daadwerkelijk vorm krijgt in de wereld om ons heen.
Toch is het minder evident dan het lijkt om sociaalwetenschappelijke studies naar familie te betrekken in theologisch onderzoek met het doel om beter zicht te krijgen op de werkelijkheid. De theologie gaat ervan uit dat ‘de werkelijkheid’ nooit zomaar gegeven is als onderzoekbaar verschijnsel, maar ook altijd wordt geconstitueerd in het perspectief dat men op de werkelijkheid heeft. De theologie is in het bijzonder geïnteresseerd in de werkelijkheid die oplicht of ontsloten wordt vanuit gelovig perspectief. Als het gaat om reflectie op wat goed familieleven is, betekent dit dat de theoloog wil achterhalen wat het rekenen met God of het transcendente uitwerkt in het bepalen van de betekenis en waarde van familie. Ze stelt de vraag wat voor licht de band met God werpt op de band met familie. Natuurlijk wil ze zich daarbij verhouden tot andere perspectieven die de werkelijkheid ontsluiten, waaronder die van de sociaalwetenschappelijke studies. Maar het staat niet vast dat juist empirisch onderzoek naar hoe familie momenteel vorm krijgt daarbij de beste of eerste gesprekspartner moet zijn. Als we uitleggen waarom dat zo is, krijgen we beter zicht op de beperkingen van het eerste niveau van samenwerking en de kansen op het tweede, diepere niveau.

Verder lezen? Download dit artikel voor € 3,25 in de webshop van Boekencentrum

Noten:

  1. In de theologie draait het dus om meer dan het bestuderen van het verschijnsel religie zonder aandacht
    voor de vraag naar de waarheid ervan. Zie ook het gezamenlijke inleidende artikel in dit themanummer,
    ‘De eigenheid van theologie: een reactie op Klaar om te wenden’, pp. 87–88, 96–97.
  2. Het rapport Klaar om te wenden … De academische bestudering van religie in Nederland: een verkenning
    (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, mei 2015) noemt dit ‘existentiële en
    normatieve verbondenheid’ met het onderzochte geloof (25, 29).
  3. Natuurlijk wordt er ook buiten de theologie aan ethiek gedaan, bijvoorbeeld in de wijsgerige ethiek,
    medische ethiek en rechtsfilosofie. Ik beperk me hier tot de theologische ethiek, die volgens mij wel
    degelijk met de niet-theologische vormen van ethiekbeoefening in gesprek moet zijn. Over dat gesprek gaat
    het in dit artikel echter niet.
  4. G.G. de Kruijf, Ethiek onderweg. Acht adviezen, Zoetermeer 2008, 11.
Type your search keyword, and press enter to search