Menu & Search

Moslims en medische behandelingen

eorge Muishout & Ronald Kroon, in: NTT 70/1, voorjaar 2016

Moslims en medische behandeling:
Een oriëntatie op de ethisch-juridische status van behandeling binnen de (soennitisch-) islamitische traditie

Hoewel Nederland een scheiding van kerk en staat kent, betekent dit niet dat hiermee de zichtbaarheid en de rol van religie in het publieke domein is verdwenen. De gezondheidszorg betreft een van de terreinen waar het spanningsveld tussen het seculiere en het ‘heilige’ voelbaar is. Omdat reli¬gieuze affiliatie bij ethische beslissingen over leven en dood nog steeds een grote rol speelt, is het bij uitstek een gebied waar het publieke en het private samenkomt. In Medisch Contact zijn de afgelopen jaren enkele kwesties besproken waar deze ontmoeting de verhouding tussen behandelaars en moslimpatiënten en hun familie zwaar op de proef stelde. Centraal in deze casussen stonden medisch-ethische dilemma’s rondom het levenseinde.

Uit onderzoek naar palliatieve zorg aan Marokkaanse en Turkse patiënten van Fuusje de Graaf et al. (2010) blijkt dat deze doelgroep en hun families, veelal moslims, maximale op genezing gerichte diagnose en behandeling als goede zorg beschouwen. Deze opvatting gaat hand in hand met de overtuiging dat het zo lang mogelijk verlengen van het leven van de patiënt een Goddelijke imperatief is. Dit suggereert dat er voor moslims weinig ruimte is voor palliatieve zorg.

Het is maar de vraag of deze praktijkgerichte conclusie van Fuusje de Graaf overeenkomt met het normatieve ethisch-juridische discours binnen de islamitische traditie. Er zijn namelijk concrete aanwijzingen dat in dit discours het genezen of het zoveel mogelijk doen terugkeren van gezondheid het centrale doel van de behandeling is. Dit impliceert dat er ook ruimte is om af zien van curatief behandelen, of dat behandeling kan worden beëindigd als dit doel niet kan worden bereikt.

In dit artikel staat de volgende vraag centraal: wat is het normatieve islamitisch denken omtrent medische behandeling vanuit soennitisch perspectief? Hier is voor gekozen omdat de meeste wetenschappelijke artikelen over islam en levenseinde dit denken nog onvoldoende in kaart hebben gebracht.

Westerse medische ethiek
In de gezondheidszorg neemt ethiek in de relatie tussen zorgverlener en zorgontvanger een belangrijke positie in. Door de snelheid waarmee de maatschappij de laatste eeuw is veranderd is de roep om toegepaste ethiek, waaronder medische ethiek, steeds luider geworden.

De oorsprong van de medische ethiek is terug te voeren op de eed van Hippocrates van 400 voor Christus, waarin artsen een belofte deden met betrekking tot hun handelen als arts. Tot op vandaag de dag bestaat een dergelijke code. Hierin zijn een aantal seculiere basisnormen opgenomen waarvan verwacht wordt dat eenieder die binnen de gezondheidzorg werkt, zich daarin kan vinden.

Medische ethiek vanuit Islamitisch perspectief
Hoewel het aannemelijk is dat ook moslims het eens zijn met de ethische principes van de artseneed, hebben zij toch het gevoel dat een belangrijk element ontbreekt. Het is vanuit islamitisch perspectief namelijk noodzakelijk om naar een hogere macht te refereren. Dit omdat een moslim zijn leven in theorie zal trachten vorm te geven op basis van wat hij denkt dat God van hem verlangt. Kort gezegd betekent dit dat deze accepteert dat God de ethische standaarden plaatst waarbinnen men poogt zich zo goed mogelijk te bewegen.

Islamitische ethiek neemt daarom, in tegenstelling tot westerse seculiere ethiek, in grote lijnen theologisch voluntarisme als vertrekpunt. Ter illustratie van dit voluntarisme wordt in het aan de islamitische geleerde Abū Ḥanīfa (699–767) toegeschreven credo, Het Testament (al-Waṣiyya), het volgende gesteld:

Wij bekennen dat de beslissing inzake het goede of het slechte volledig bij Allah ligt. En wie dan stelt dat de beslissing inzake het goede of het slechte bij een ander dan Allah ligt, maakt zich schuldig aan ongeloof in Allah, en zijn getuigenis omtrent Allah’s eenheid zal ongeldig zijn.

Men kan concluderen dat God het ethisch vertrekpunt is, daar Hem het alleenrecht voor wat betreft het bepalen van wat goed of slecht is wordt toegedicht. Centraal binnen het geloof in God staat het principe van monotheïsme (Tawḥīd). Een moslim dient zich vanuit godsdienstig perspectief idealiter te allen tijde bewust te zijn van de Ene Schepper, van Wie al wat bestaat afkomstig is en waarnaar men ook zal terugkeren, om dan verantwoording af te leggen voor de in dit leven verrichte goede en slechte daden. Het is vanwege dit standpunt dat moslimartsen uit diverse landen tijdens een conferentie georganiseerd door de in Kuwait zetelende Islamic Organisation for Medical Sciences (IOMS) hun onvrede hebben geuit over de omissie van God in de verklaring van Genève, welke bedoeld was als een herziening van de Hippocratische eed.

In de islam begint normatieve religieuze ethiek bij de Koran en de traditie van de soenna, die moslims vele regels ten aanzien van wet en moraliteit voorschrijft. Het meest gebruikte woord voor ethiek is het Arabische woord akhlāq, dat de betekenissen van de wetenschap die zich bezighoudt met moraliteit en morele bewapening met zich meedraagt. Naast akhlāq spreekt men in het kader van ethiek ook regelmatig over adab, ofwel gemanierdheid, wat staat voor de gewenste publieke gedragsregels die gevormd worden door gewoonten. Dit laatste geeft ook direct het verschil aan tussen de twee begrippen. Waar akhlāq het theoretische kader en de ruimte voor reflectie beslaat, betreft adab het gebied van de geleefde werkelijkheid.

Voor de praktische toepassing van medische ethiek maakt de islamitische traditie gebruik van het islamitisch recht. Normatieve islamitische antwoorden op vragen van artsen en patiënten rondom medisch-ethische kwesties worden, ook in de huidige tijd, nog altijd door islamitische geleerden in de vorm van fatwa’s geformuleerd. Zij putten hierbij uit de Koran, de soenna en de ethisch-juridische traditie (fiqh). Deze antwoorden kunnen gezien worden als een handleiding voor moslimmoraliteit. Ze zijn persoonlijk, vrijblijvend in toepassing en niet geïnstitutionaliseerd in de vorm van wetgeving. Desalniettemin geven fatwa’s rondom een bepaald onderwerp een inkijk in hoe ethische principes op een normatieve wijze in alledaagse situaties worden toegepast.

Om complexe ethische vraagstukken te kunnen beantwoorden, wordt door moslims in de huidige tijd in toenemende mate gebruik gemaakt van bijeenkomsten, conferenties, congressen en academies.

Verder lezen?
Omdat het artikel ‘Moslims en medische behandeling’ onvolledig opgenomen is in de gedrukte editie 70/1 van NTT – een aantal noten ontbreekt – krijgt u dit artikel gratis in pdf >>

Type your search keyword, and press enter to search