Menu & Search

Geloof als innerlijke keuze

Over de kerkelijke, religieuze en maatschappelijke implicaties van individualisering.

Sipco Vellenga, in: NTT 68/4, winter 2014.

Lange tijd werd het vakgebied van de godsdienstsociologie gedomineerd door de secularisatiethese die er – simpel gezegd – vanuit gaat dat religie en moderniteit elkaar slecht verdragen en processen van modernisering op termijn onvermijdelijk gepaard gaan met een afnemend maatschappelijk belang van religie. Sinds de jaren negentig staat deze these zwaar onder kritiek en worden hiervoor alternatieven ontwikkeld. Rodney Stark, Roger Finke en Laurence Iannaconne lanceerden de ‘religieuze markt’- these en Paul Heelas en Linda Woodhead de‘spirituele revolutie’-these. José Casanova spreekt over ‘the deprivatization of modern religion’, Peter Berger over ‘the desecularization of the world’ en Jürgen Habermas over een ‘postseculiere’ samenleving.1 Hoewel deze thesen en concepten de ontwikkeling van religie in het huidige tijdvak zeer verschillend duiden en analyseren, hebben ze de veronderstelling met elkaar gemeen dat religie en moderniteit elkaar niet op voorhand uitsluiten en specifieke vormen van religie onder bepaalde condities van moderniteit het zelfs juist zeer goed kunnen doen. Religie dient niet gezien te worden als een relikwie uit het verleden, maar als een verschijnsel dat ook in hedendaagse, laatmoderne samenlevingen, waaronder de Europese, een rol van betekenis kan spelen in leven en samenleven.

Uitgaande van de veronderstelling dat religie – en ook kerk in de ruimste zin van het woord van religieuze groeperingen – in het hedendaagse Europa een belangrijk maatschappelijk verschijnsel kan zijn, is het interessant om na te gaan hoe zij zich verhouden ten opzichte van basiskenmerken van het huidige, laatmoderne Europa. In dit artikel sta ik stil bij de verhouding van kerk en religie tot de fundamentele trend van individualisering die zich sinds het begin van de jaren zestig in Europese landen krachtig manifesteert.2 Ik richt me daarbij specifiek op de vraag welke kerkelijke, religieuze en maatschappelijke implicaties deze trend heeft alsmede hoe kerk en religie zich tot die maatschappelijke gevolgen verhouden. Individualisering blijkt gepaard te gaan met tenminste drie maatschappelijke paradoxen: toenemende keuzevrijheid maar ook meer keuzelast, bevrijding van knellende banden maar ook groeiende eenzaamheid, toenemende zelfcontrole maar ook maatschappelijke verharding. Hoe verhouden kerk en religie zich hiertoe?

In dit artikel noem ik kerk en religie vaak in een adem. Ik maak hierbij twee opmerkingen. Allereerst: wat versta ik onder deze termen? In de godsdienstsociologie sta ik een discursieve benadering van religie voor waarin geen eenduidige, algemene definitie van religie wordt gegeven maar de aandacht gericht is op datgene wat in een bepaalde historische situatie geldt als religie.3 Religie is datgene wat in uiteenlopende contexten telt als religie.

In dit artikel is de focus gericht op religie in het hedendaagse Europa en in die context staat religie voor zeer velen voor een betrokkenheid op een veronderstelde transcendente werkelijkheid.4 Daarover wordt gesproken in termen van ‘god’, ‘goden’, ‘geesten’ of ‘spirituele entiteiten’. Ik maak onderscheid tussen religie en kerk. Religie staat voor de opvattingen, waarden, normen, ervaringen en daarmee verbonden praktijken in relatie tot een veronderstelde transcendente werkelijkheid en kerk staat voor de sociale verbanden waarin religie is georganiseerd. Ik hanteer dus een breed kerkbegrip; kerk is de algemene be-naming voor religieuze groeperingen.

Hoewel ik kerk en religie hier regelmatig in een adem noem, is er wel een belangrijke verschil tussen deze beide grootheden in de wijze waarop zij zich verhouden tot de trend van individualisering en gevolgen daarvan. Kerken zijn namelijk handelende instanties, religies zijn dat niet. Religies zijn stelsels van (cognitieve en morele) opvattingen en daarmee verbonden ervaringen en praktijken, zij kennen geen agency zoals religieuze groeperingen. Religieuze groeperingen reageren veelal doelbewust op ontwikkelingen in eigen kring en/of de omgeving, bij religies is daarvan geen sprake.

Alvorens in te gaan op de implicaties van het proces van individualisering voor kerk, religie en maatschappij en de wijze waarop kerk en religie zich daartoe verhouden, geef ik aan hoe ik de term ‘individualisering’ gebruik. Ik sluit het artikel af met twee opmerkingen over de bedreigingen en kansen die individualisering kerk en religie bieden in termen van relevantie en voort-bestaan.

Verder lezen? Download dit artikel voor € 3,25 in de webshop van Boekencentrum

  1. Zie voor een overzicht van de secularisatiethese(n) en alternatieven daarvoor: G. Davie, The Sociology of Religion, London 2010; B.S. Turner (red.), The New Blackwell Companion to the Sociology of Religion, Cambridge/Malden (MA) 2010; R. Warner, Secularization and its Discontents, London 2010.
  2. Hoewel individualisering diepe wortels heeft in de Westerse geschiedenis, is deze ontwikkeling vooral sinds in de jaren zestig van de vorige eeuw maatschappelijk duidelijk zichtbaar geworden in Europa van-wege onder meer een enorme stijging van het opleidingsniveau van de bevolking, de relatieve verzwakking van de ‘maatschappelijke middenveld’, en technische en economische ontwikkelingen die de zelfstandigheid van het individu sterk hebben bevorderd zoals de grootschalige introductie van ‘de pil’, de televisie, de personenauto en later het internet.
    Zie over de hedendaagse trend van individualisering: P. Schnabel (red.), Individualisering en sociale integratie, Nijmegen 1999; J.W. Duyvendak, Een eensgezinde, vooruitstrevende natie: Over de mythe van ‘de’ individualisering en de toekomst van de sociologie, Amsterdam 2004; U. Beck, E. Beck-Gernsheim, Individualization, London 2010; D. Houtman, S. Aupers, W. de Koster, Paradoxes of Individualization: Social Control and Social Conflict, Aldershot 2011.
  3. Vgl. A.M. McKinnon, ‘Sociological Definitions, Language Games, and The “Essence” of Religion’, Method & Theory in the Study of Religion, 14/1, 61–83; J.A. Beckford, Social Theory & Religion, Cambridge 2003, 11–29; K. von Stuckrad, ‘Discursive Study of Religion: Approaches, Definitions, Implications’, Method and Theory in the Study of Religion 25/1 (2013), 5–25.

Type your search keyword, and press enter to search