Menu & Search

Het geding om de historiciteit van Jezus

Edward van der Kaaij in perspectief.

Bert Jan Lietaert Peerbolte, in NTT 69/2, zomer 2015.

In diverse kerkelijke en andere media heeft de publicatie van een boek door ds. Edward van der Kaaij de nodige aandacht getrokken.1 Van der Kaaij is tot het inzicht gekomen dat Jezus nimmer als historische figuur bestaan heeft, maar een mythisch verzinsel is van het vroegste christendom. Volgens Van der Kaaij hebben de eerste christenen Egyptische tradities over Horus gehistoriseerd en is aldus Jezus van Nazaret tot stand gekomen. Het christendom, aldus Van der Kaaij, berust op een mythe en niet op geschiedenis. Deze these is niet bepaald nieuw, maar desondanks heeft het boek in en buiten kerkelijk Nederland de nodige discussie losgemaakt. Het Nederlands Theologisch Tijdschrift is dan een geschikte plek om die discussie in een historisch en wetenschappelijk perspectief te plaatsen.

In deze bijdrage staat een aantal vragen centraal. Allereerst is er de vraag: hoe moet het boek van Van der Kaaij geplaatst worden? Gaat het hier om een serieuze wetenschappelijke analyse of moet het werk gezien worden als een particulier project van een auteur die anderen deelgenoot wil maken van een voor hem belangrijke ontdekking? Aangezien dit nieuwe boek een oude discussie heropent, dient vervolgens de vraag gesteld te worden: hoe is in het verleden over deze zaak nagedacht? In de eerste decennia van de twintigste eeuw werd de historiciteit van Jezus door een aantal geleerden uitdrukkelijk ontkend. Hoe is de discussie van een eeuw geleden gevoerd en geëindigd? En: voegt de discussie van vandaag, in met name Noord-Amerika, nog iets toe aan de discussie van weleer? Na deze twee hoofddelen volgt een beschouwing waarin de term ‘mythe’ nader belicht wordt en gekeken wordt hoe de belangrijkste bronnen door Van der Kaaij en andere ‘Jesus mythers’ ontkracht worden. De korte slotbeschouwing is van meer theologische aard. Hierin draait het om de vraag: hoe belangrijk is de historiciteit van Jezus voor het christelijk geloof?

Van der Kaaijs De ongemakkelijke waarheid van het christendom: De echte Jezus onthuld.
Met zijn boek wil Edward van der Kaaij duidelijk maken dat de Jezus die wij kennen uit de evangeliën geen historische figuur is. Naar zijn idee zijn de verhalen over Jezus tot stand gekomen als historisering van een voor-christelijke mythe, die gemodelleerd was naar het voorbeeld van de Egyptische mythe van Horus, Isis en Osiris. Onder ‘historisering’ valt dan het proces te verstaan dat de eerste christenen een verzonnen gestalte zijn gaan beschrijven als een historische figuur. Aldus zouden zij Jezus zelf gecreëerd hebben als een incarnatie, niet van God, maar van een mythe.

Gezien de pretenties van dit boek zou de lezer een stevige onderbouwing mogen verwachten. Deze ontbreekt evenwel en bovendien schrijft de auteur zó slordig, dat zijn exacte these amper duidelijk wordt uit het boek. Een minimalistische interpretatie zou de lezer ertoe kunnen brengen Van der Kaaijs werk te lezen als betoog voor het feit dat de historiciteit van Jezus feitelijk onbelangrijk is.2 In dat geval bedoelt de auteur vermoedelijk te zeggen dat de theologische inkleuring van Jezus in de evangeliën afkomstig is uit mythe en niet uit geschiedenis. Een maximalistische interpretatie lijkt echter meer voor de hand te liggen en in dat geval betoogt de auteur dat de Jezus van Nazaret die de evangeliën ons beschrijven nimmer bestaan heeft.3 Op de ene pagina betoogt de auteur dat de historische Jezus een ‘latere toevoeging aan de mythische Christusfiguur’ is,4 terwijl hij later in het boek de mogelijkheid open wenst te houden dat er een historische figuur met de naam Jezus bestaan heeft.5 De onheldere schrijfstijl van de auteur – anecdotisch, vertellend, associatief en maar al te vaak insinuerend van toon – draagt niet echt bij aan de helderheid van het betoog.6
Wetenschappelijk gezien schiet het werk van Van der Kaaij op alle fronten tekort.

Verder lezen? Download dit artikel voor € 3,25 in de webshop van Boekencentrum

  1. Edward van der Kaaij, De ongemakkelijke waarheid van het christendom: De echte Jezus onthuld, Soest 2015.
  2. Zie bijvoorbeeld p. 235: ‘Het is natuurlijk altijd mogelijk – en dus nooit uit te sluiten – dat aan een mythe een historische persoon ten grondslag ligt’. Vgl. ook beneden, noot 5.
  3. P. 176: ‘De historische Jezus is niet geboren en ook niet uit de lucht komen vallen. Hij is voortgekomen uit de joodse versie van de mysteriën van Osiris-Dionysus.’ Vgl. p. 179: ‘In een latere fase, toen de behoefte toegenomen was om de vleeswording van de godmens zo concreet te maken dat hij feitelijk op aarde rondliep werden, aldus Freke & Gandy, geografische elementen toegevoegd’. Zie ook p. 275: ‘Het is belangrijk om afscheid te nemen van de historische Jezus’.
  4. Van der Kaaij, Ongemakkelijke waarheid, 139.
  5. Van der Kaaij, Ongemakkelijke waarheid, 219: ‘Ik haast mij op te merken dat hiermee nog niet vaststaat dat er nooit een historische Jezus is geweest. Het is immers mogelijk dat een mythisch geboorteverhaal is gekoppeld aan een historische persoon, wiens wieg in een professioneel betimmerd kamertje in Nazaret stond.’ De toevoeging over ‘een professioneel betimmerd kamertje’ suggereert dat hier ironie in het spel is.
  6. Een op zijn minst stilistisch wat minder geslaagde verwoording geeft de auteur wanneer hij op zijn laatste pagina (275) de these van zijn boek samenvat: ‘Achter de Sinterklaas van Nazareth vinden we de goddelijke Christus’.
Type your search keyword, and press enter to search